Geschiedenis van de Oosterse Roller.


De Oosterse Roller behoort tot de merkwaardige tuimelaar- en hoogvliegerrassen, die wij in de gehele geschiedenis van de vliegduivenwereld kennen. Het type wijkt zeer af in vergelijking met het gewone duiventype. De gehele houding, de vleugeldracht, de lengte en de holle rug, dit alles geeft een typisch verschil ten opzichte van de andere duivenrassen.

De Oosterse Roller is tot op heden nog steeds een vliegduif, waarbij nu echter de uiterlijke kenmerken op de eerste plaats komen. De eerste Rollers kwamen omstreeks 1870 vanuit Smyrna via Triëst naar Europa, vanwaar ze spoedig hun weg vonden naar de oude Donaulanden en de landen van de Balkan. Later volgden zendingen via de waterwegen naar Duitsland (Hamburg ) en weer naar Nederland. Oorspronkelijk waren er verschillende variëteiten die aanspraak maakten op de naam Roller. Hieronder waren Perzische, de Smyrna, de Cesarische en Turks-Aziatische variëteiten. Deze verschilden op kleine details, voornamelijk wat betreft lichaamslengte. Voor de Europese Roller zijn alleen de Persische en de Smyrna Roller van belang geweest. Uit deze kruisingen is de Oosterse Roller ontstaan.

In de beginjaren steeg de vraag naar Rollers, maar de Oosterlingen stuurden alles op wat enigszins op een Roller leek., met als gevolg dat de populariteit weer snel verdween.De Duitsers hebben echter volgehouden en hebben het ras met veel enthousiasme opgebouwd.

Er werden standaardeisen opgesteld en foklijnen aangegeven waarbij de eigenschappen van zowel het uiterlijk als het vliegen niet uit het oog werden verloren. We mogen gerust stellen dat de Oosterse Roller in Duitsland zijn tweede vaderland heeft. Veel van de huidige Nederlandse stammen komen dan oorspronkelijk ook uit Duitsland.

 

Tekening uit het boek 'die Tauben und das übrige Tiergevlügel' 1876 Oosterse Rollers

 

no-rightclick